4. jan, 2017

Wisselingjaar

 

2016 is ongemerkt 2017 geworden, behoudens dan een paar vuurpijlen, twaalf druiven, rood ondergoed en weinig prijs in de Staatsloterij.

Deze jaarwisseling is voor mij de bijzonderste tot nu toe in ruim vijftig jaar. Vorig jaar was ik nog dochter, moeder en oma. Dit jaar begin ik als moeder en oma. De erebaan van dochter heb ik niet meer. Want mijn moedertje is gaan hemelen op de vroege avond van Tweede Kerstdag 2016. We hadden de dag ervoor nog een gezellig kerstdiner met het grootste deel van de familie. Ze was daarna wel moe. En op Tweede Kerstdag keek ze om zich heen, vond het goed zo en blies haar laatste adem uit. Stoer, mam. Ik heb een weekje gepuzzeld, gepland, gefaciliteerd, gehuild, gelachen, samengewerkt, tegengewerkt, geschreven, gegoogled, gecommuniceerd, gevloekt, verwenst, gereden, gehangen, gedronken, en vooral veel teruggedacht. De fotodozen kwamen op tafel, de stapel cd’s werd doorgenomen en er kwam een draaiboek voor een spectaculair afscheid. Hoeveel gasten verwacht je? Geen idee. 50? 100?  Wat gaan we serveren bij de koffie? Hoeveel rouwbezoeken plannen we in? Wie gaat er wat zeggen? Welke muziek? Welke bloemen? En ook, wat doen we met Oud en Nieuw? Want intussen zat mijn huis vol met logees, waaronder een paar kinderen. Die willen vuurwerk. Dus in de geest van mama zaten we klaar op Oudjaarsavond, met volgens zuidelijke traditie de juiste kleur ondergoed, voor een ieder een schaaltje met twaalf druiven, bij elke slag van de klok één naar binnen proppen, en met een pakket vuurpijlen en knallen. We hebben het gevierd, het wisselen van jaar en het leven van mama. Zo zou ze het gewild hebben.

Inmiddels is de afscheidsplechtigheid voorbij en het appartement in het verpleeghuis leeg geruimd, gewoon, omdat we er allemaal waren en het toch moest gebeuren. En voor de honderdste keer zeg ik, nu tegen mezelf : “Het is goed zo”. Proost, mama.