26. nov, 2016

Beste Hugo en Carin

Vorige week zondagdagmiddag. Ik heb al een hele poos geen column geschreven. Schuldgevoel. Soms lopen zaken anders, dan je zou willen.

Donderdag zat ik nog vol met inspiratie voor mogelijke onderwerpen. Een uitgebreid verhaal over de Bonte Avonden in mijn dorp, die weer eens ouderwets hilarisch waren, de Bavelse versie van de Pietendiscussie, die er niet is dus, een pleidooi voor lokaal inkopen, een verslag van mijn badkamerrituelen( want, man, man, wat staan er veel potjes en tubetjes in die spiegelkast boven de wastafel), een herfstgetinte lofzang op het kleurenpalet, vooral voor mijn deur op straat  en in mijn voortuin en zelfs een voorzichtige ode aan de organisatoren van evenementen, want die geluidsoverlast valt alles bij elkaar wel een beetje mee; het waren allemaal mogelijke onderwerpen voor dit relaas. Het liep anders. Want ik kreeg een telefoontje van zuster Anne op zaterdagavond om elf uur. En Anne belt nooit ’s avonds. Ondanks de halve fles Sauvignon , die reeds langs de huig was gegleden, zat ik direct rechtop. Anne vertelde , dat “ma”, die bij haar in het verpleeghuis woont, anders was dan anders. En dat ze niet zo goed wist , wat ze er mee aan moest en zo de nacht niet in durfde. Ze heeft me even met “ma” laten praten, die mij op dat moment bedankte voor alles, wat ik voor haar gedaan had. Graag gedaan, “ma”, maar het feit, dat ze dat tegen me wilde zeggen zo laat op de avond gaf een unheimisch gevoel. Zus, die dichterbij woont, zou wel even langs gaan. Dank, zus.  Na een uurtje belde zus: “ma” heeft aandacht nodig. En meer afleiding. En dat is gaan malen in dat bolletje onder de grijze krullen en ’s avonds laat tot een aandachtsclimax gekomen. Nachtzuster beloofde extra binnen te zullen lopen en te bellen bij veranderingen. Ik beloofde de volgende morgen op tijd te komen om wat aandacht te geven.

De semi-slapeloze nacht passeerde zonder telefoongerinkel, dus de volgende morgen trokken manlief en ik naar het verpleeghuis. “Ma” zat in de kerk. Gelukkig, want dat betekende dat het naar omstandigheden goed ging. Na de mis hebben we een bakkie gedaan in de huiskamer, waar geen zuster te bekennen was, want ze waren nog steeds bezig met mensen uit bed halen. Dus heb ik me opgeworpen als koffie juf en de hele kluit van koffie voorzien. De rest van de dag zijn we met “ma” aan de wandel geweest, ondanks de stevige herfststorm. Lekker buiten. Toen we vertrokken, omdat er nog een stukje voor Ons Blad moest worden geschreven, was het tranen met tuiten. Zo gaat het bijna altijd, als we weg gaan. Dit is een behoorlijk persoonlijk verhaal, uit het leven gegrepen en voor een ieder van ons de toekomst, nabij of iets minder nabij. Dus lees verder, vrienden.

En nu kom ik bij jullie, Hugo en Carin uit de titel van dit stuk. Van Hugo weet ik, dat hij ook zo’n “ma” heeft. Van Carin weet ik het niet, maar zij zal ongetwijfeld affiniteit hebben met dit onderwerp. Hulde aan jullie, Hugo en Carin, dat jullie de krapte in de verpleeghuiszorg aan de kaak stellen en op de politieke agenda weten te krijgen.  In het geval van mijn “ma” drie nachtzusters voor 75 zeer hulpbehoevende bewoners. Mwa….Best weinig. Een of andere ondernemer roept: “Met aandacht wordt alles beter.” Waarheid als een koe. Die hebben het begrepen. Wat mij betreft mag de Leidraad Personeel, die voorgesteld is, opgeschroefd worden naar twee verzorgers per acht bewoners en één aandachtszuster/broeder. Eentje extra, die met een bewoner een frietje gaat eten of een pilsje gaat drinken, zonder dat de zorg in de knoop komt. Of die eens gewoon de handen van “ma” masseert met een lekkere lotion. Of eens iets  voorleest…..