21. okt, 2016

Roepen

Ze roept. Waarom? Omdat ze gehoord wil worden. Net als ieder ander , die roept. Maar ze mag niet roepen. Want dat is niet fijn. Voor de anderen. Hoe harder en hoe vaker ze roept, hoe minder ze gehoord wordt. Want dat is lastig. Er zijn andere prioriteiten. Als een luisteraar toch op haar geroep ingaat en vraagt, wat er is, dan is er geen antwoord. Of een zwak: nou, gewoon. Op het moment, dat er iemand naar haar geroep luistert, is het doel bereikt. Ze wil aandacht. Even niet alleen zijn. Dus is er geen antwoord op de vraag, waarom ze roept. Vervolgens krijgt ze een stempeltje, nu nog maar een kleintje. Dementerend. Nu gaat het balletje rollen. Stempel hoofdletter D biedt perspectief. Overplaatsing. Weg uit anti- roepoord. Nu ze “D” heeft, hoort ze hier niet meer thuis. Ineens zijn er familiegesprekken om het allemaal uit te leggen. Ze moet naar kleinschalig wonen, omdat men hier niet meer de adequate zorg kan bieden. Of we alvast maar rond gaan kijken. De volgende dag belt er al iemand om afspraken voor bezichtiging te plannen. Ho, ho ho. Niet te snel. Wij moeten even verwerken, dat we stempel “D” hebben gekregen. Dat gaat namelijk de hele familie aan en niet slechts het lijdend(of leidend) voorwerp. Pass the tissues.