12. okt, 2016

Zwembadnoedels

Zoals trouwe lezers weten, ben ik sinds ruim een jaar oma van een prachtige kleinzoon. Hij kan bijna los lopen. Tot nu toe heeft zijn manier van zich verplaatsen de ontwikkeling doorgemaakt van omrollen, kwartslag draaien , weer rollen, naar tijgeren. Daarna kwam zitten, zich om laten vallen, verderop weer gaan zitten. Nu kan hij zich optrekken, waardoor hij langs kastjes en tafeltjes kan stappen. En achter een karretje gaat ook al goed. Dit stadium betekent voor de omstanders alle hens aan dek. Want luisteren doet hij voor geen meter, dus alle kastjes gaan open, de walnoten uit de schaal op tafel vliegen door de kamer en omdat hij door het tijgeren een torso heeft als Vin Diesel, kan hij ook heel goed met wijnflessen zwaaien. Volle. Nu heb ik in mijn huiskamer een wijnkastje van koloniaal hout. Daarin liggen, correctie, lagen de Chateau Margaux’s gebroederlijk naast de Saint-Emilions te wachten op consumptie. Sinds de lancering van een hele oude Bordeaux door de kleinzoon, zijn de bouteilles vervangen door zwembadnoedels. Veel veiliger. In de lade van het wijnkastje gooi ik altijd mijn autosleutels, als ik thuiskom. Daarvan heb ik een vaste gewoonte gemaakt, zodat ze niet kwijt raken. Toch zijn ze een paar keer per jaar wel kwijt. Als ik op vakantie ga, namelijk. Dan worden ze verstopt op een voor mij logische, maar voor het inbrekersgilde niet te bedenken plek. En elke keer opnieuw moet ik na mijn vakantie zoeken, want dan blijkt de verstopplek toch niet zo logisch te zijn. Zo ook deze keer. Na een paar zalige weken met euforische momenten in mijn geliefde Tarifa stond ik op zaterdagmorgen klaar om naar de bakker te gaan in mijn eigen dorp, voor een gewone bruine boterham. Geen autosleutels. Dan maar de reserve. Toen ik weer thuis was, ben ik eerst gaan zoeken. Onder het matras, tussen de handdoeken, achter  de sokken, in de la achter de cd’s, in de vuile wasmand. Geen autosleutels. De zoektocht heeft geduurd tot dinsdagmiddag half vijf. Ik heb en passant de zomergarderobe verwisseld voor de winterversie, de boekenkast ontdaan van niet meer leesbare papierbundels en overtollige schoenen en kabeltjes weggegooid. Mijn hele huis is aan kant. Want als ik niet meer weet, waar ik iets gelaten hebt, ga ik kasten leeghalen. Ook weet ik inmiddels alles van amnesie en juveniele dementie, want zo ver twijfelde ik al aan mijn verstandelijke vermogens, dat ik daar over ben gaan lezen. Op dinsdagmiddag stond ik vertwijfeld naar de klok te staren, die boven het wijnkastje hangt. Alweer een dag om. En geen autosleutels. En toen viel de peseta. Ik had ze in het wijnkastje gestopt, achter de zwembadnoedels. Met de gedachte, dat ik er zo weer bij zou kunnen na de vakantie. En jawel. Na wat gegrabbel achter de paarse en de rode noedel had ik mijn sleutels terug. En mijn verstand. En mijn huis aan kant. De gelukkigste vrouw op de planeet!