24. aug, 2016

Garnizoensgebouw en Begijntje

Wat is dat toch met Breda? Ik zie een rode draad van de letters B en G. Zo ook in de titel van dit verhaal. Gastvrij Breda. Bourgondisch Breda.

Ondanks de hitte moet ik even de stad in. Het is namelijk supersale bij mijn sportzaak. En aangezien ik eindelijk na een aantal jaren blessureleed weer op de tennisbaan kan vertoeven, is dit het moment om stevige tennisschoenen, een racket, een outfit, ballen en vooruit, nu we er toch zijn, ook maar een tennistas aan te schaffen. Na mijn rondje sportzaak, wat supersnel verliep, maak ik nog even een ommetje door het centrum. Op de hoek van de Sint Jan straat en de Halstraat staan twee oververhitte mensen om zich heen te kijken, de één met een plattegrondje in de hand en de ander met de beschrijving van de Historische kilometer. Gastvrij als ik ben, als geboren Bredase, vraag ik of ik hen misschien kan helpen. Ze zijn op zoek naar de hoek van de Sint Janstraat en de Halstraat. Laten we daar nou precies staan. “Wat is dan het Garnizoensgebouw?” is de volgende vraag. Ik heb werkelijk geen idee, maar twee van de vier hoeken van de kruising zijn bezet door cafés, de andere is terras, dus ik wijs vol zelfvertrouwen naar het pand , waar kort geleden een nieuwe burgerbakker zich heeft gevestigd. De toeristen komen uit Gouda. Daar hebben ze onlangs ook voor het eerst een stadswandeling gemaakt en dingen gezien , waarvan ze nog nooit gehoord hadden. Terwijl ze er al meer dan twintig jaar wonen. Ze vinden tot nu toe Breda geweldig. Ik vertel hen, dat ik het één grote bruine kroeg vind. Ik wens hen een prettige dag en loop verder, de Sint Janstraat in. Ik heb zin in koffie. Ik plof neer op een rieten stoel bij Gasterij ’t Begijntje( weer die G en die B) en neem me voor bij elk stadsbezoek van mijn eigen stad een ietsiepietsie de toerist uit te hangen. En ook om een keer naar Gouda te gaan. Nog nooit geweest.