17. jul, 2016

Heimwee naar Mario

Gisteren was ik even in Breda. Ik wilde een lapje stof halen op de markt. Op de hoek van de Catharina straat zijn sloopwerkzaamheden. Het oude pand van Meubelhandel Hendrikx wordt daar neergehaald om plaats te maken voor nieuwbouw. Op de straat ervoor staat een dame met een geel reflecterend hesje het verkeer en de voetgangers in de gaten te houden. Het is nog vroeg, niet druk, dus ik spreek haar aan. Ze vertelt, dat ze , nu nog niet maar later op de dag wel, haar handen vol zal hebben aan het begeleiden van jongelui met een smartphone op hun gezicht. Die zien dan namelijk geen gevaar. Ze zijn op zoek naar Bulbasaur, Charmander, Squirtle, Pidgey en en Pikachu en lopen als een kip zonder kop gewoon in een rechte lijn op hun doelen af. Ook over de sloopplaats en dwars over de kruising door rood licht, als ze de kans krijgen. Maar zolang deze mevrouw daar staat, loopt het goed af. Ze doet zelf niet mee aan de jacht. Zij speelt alleen maar Candy Crush en Patience. Dat geldt ook voor mij. Ik waag me ook nog wel eens aan de cryptogram in de krant, maar daar blijft het wel bij qua spelletjes. Mijn kids hadden vroeger een Nintendo-spelcomputer. Een grijs kastje met twee knoppenpaneeltjes aan een draad vast aan dat kastje. Er was ook een oranje geweer bij. Ook aan een draad. Als ze wilden spelen, zaten ze op de grond voor de televisie, of met hun bips op de salontafel. Ze speelden Mario Bros. De één was Mario en de ander Luigi. Die renden achter en langs elkaar over het televisiescherm en pakten onderweg munten en sprongen met twee voeten tegelijk bovenop een paddenstoel, die dan dood ging. Ze kregen dan zelf superpower. Ze sprongen over diepe kloven, lieten zich zakken in warp-zones en klommen daar weer uit, met als uiteindelijk doel  prinses Peach te redden, die ontvoerd was door King Bowser. Na het behalen van alle levels is dan de lol er af. Dan kwam er Mario Bros 2, en 3. Ik vond zelf Duck Hunt hilarisch. Dan zat ik op de salontafel met het oranje geweer op het scherm gericht, voorbijvliegende eenden af te schieten. De Partij voor de Dieren heeft mij er nooit op aangesproken. Dat mocht gewoon. Dat waren nog eens tijden. Wat later hadden wij een game-boy. Daar zaten wat meer spelletjes bij. Het ding ging mee, als wij uit eten gingen. Als zoonlief dan zijn bordje leeg had mocht hij spelen. Zonder geluid. De dochters stortten zich liever op de placemat, die ook kleurplaat was. En wij konden rustig eten. Veel verder zijn wij niet gekomen met de spelletjes op de computer.  We hebben geen Wii, en ook geen PlayStation. We hebben ooit een race-spelletje van Sinterklaas gekregen, compleet met stuur en voetpedalen, maar daar werden we wagenziek van, dus dat ding lag al snel in een hoek van de kamer.

Als ik dan lees, dat In Florida twee tieners, die midden in de nacht Pokemon Go aan het spelen waren, beschoten zijn door een man die last had van de herrie, dan krijg ik toch wel een beetje heimwee naar Mario. Daarvoor hoefden wij niet met een smartphone op ons voorhoofd door het dorp te rennen.