23. mei, 2016

Muntthee

Als er een verslaving zou bestaan, die muntthee heet, dan heb ik hem te pakken. Of hij mij. Het is maar hoe je het bekijkt. Ik denk, dat ik gemiddeld drie koppen gekookt kraanwater gegoten over een paar takjes munt door mijn huig klets. Per dag. Dat zijn er twintig per week. Best veel.  Of het schadelijk is voor mijn gezondheid, of voor het milieu of wat dan ook, weet ik niet. Ik heb er nog geen onderzoek naar gedaan.  Feit is wel, dat voor mij het een kostenpost is. Ik heb muntplantjes in mijn tuin, maar die kunnen mij niet verzadigen, althans niet 24/7. Dus moet ik de boer op om aan mijn behoeftes te voldoen. Buurtsuper is geen optie. Daar kan ik drie takjes munt kopen voor twee euro.  Aangezien bij mij een kop thee minstens vijf takjes moet bevatten, kost op die wijze één consumptie mij drie euro. Dat is duurder dan een pilsje op het terras op Koningsdag. DE bron is de weekmarkt. Daar kan ik voor een euro een enorme bos munt kopen. Het is wel een kwestie van uit je doppen kijken, want degene , die de bosjes munt van elastiekjes voorziet,  kijkt niet zo nauw, maar door de bank genomen kan ik met één bos van de markt  wel vijf of zes koppen muntthee naar mijn standaard creëren. Dus twintig cent per kop. Lekker! Zodra ik mijn thee op heb, eet ik ook nog eens de geweekte takjes met groene blaadjes op. Ik ben sowieso tegen eten weggooien, maar ik denk ook, dat voor de dames het consumeren van zoveel  mogelijk groene groenten essentieel is, ter voorkoming van bloedarmoede. In de horeca kan ik mij meestal wel beheersen. Dan laat ik de takjes in de kop zitten. Dat zijn er toch maar anderhalf. Daarvoor ga ik mezelf niet te kijk zetten. Maar thuis rest mij elke keer niets dan een paar te dikke takjes in een leeg glas. Heel belangrijk? Nee . Maar zolang ik aan de muntthee zit, ben ik niet in de weer met kurkentrekkers en wijnglazen en ook niet met veel te zoete frisdrank uit plastic flessen.

Goed bezig!